HomeMedisch WoordenboekLinksSitemapContact

3.3.1 Plasmacellen

Plasmacellen of plasmocyten zijn een soort witte bloedcellen die normaal een belangrijke rol spelen in onze afweer tegen infecties. Plasmacellen worden ontwikkeld vanuit B-cellen of B-lymfocyten (zie fig.1). Wanneer vreemde stoffen, zoals bacteriŽn, het lichaam binnendringen, produceren plasmacellen proteÔnen, immunoglobulinen (Ig) of antilichamen genoemd. Immunoglobulinen helpen onder andere om infecties te bestrijden. In ons lichaam zijn er in normale omstandigheden een heel spectrum van immunoglobulinen om ons te verdedigen tegen een waaier van verschillende ziekteverwekkers.

Het ontstaan van plasmacellen

Figuur 1: Plasmacellen ontwikkelen zich vanuit stamcellen in het beenmerg. Stamcellen kunnen zich ontwikkelen tot B-cellen (B-lymfocyten), die zich via de lymfeknopen verplaatsen, rijpen, en dan in het hele lichaam circuleren. Wanneer vreemde stoffen (antigenen) in het lichaam dringen, ontwikkelen B-cellen zich tot plasmacellen die vanuit het beenmerg immunoglobulinen (anti-lichamen) produceren om te helpen bij het bestrijden van de infectie en de ziekte.

Immunoglobulinen zijn symmetrisch opgebouwd uit 4 proteïneketens: twee identieke lange of zware ketens, en twee identieke korte of lichte ketens (figuur 2). Er bestaan verschillende klassen van immunoglobulinen. Elke klasse wordt aangeduid met een hoofdletter (IgA, IgD, IgE, IgG en IgM) afhankelijk van het type zware keten (A, D, E, G, M). Lichte ketens kunnen van twee verschillende types zijn : kappa (κ) of lambda (λ). Een specifiek immunoglobuline kan dus worden benoemd volgens de klasse waartoe de zware en lichte ketens behoren (vb. IgGκ).

Immunoglobuline

Figuur 2: Een immunoglobuline bestaat uit twee zware ketens en twee lichte ketens.