HomeMedisch WoordenboekLinksSitemapContact

3.3.2 Ontwikkeling van kwaadaardige plasmacellen of myeloomcellen

Bij ziekte van Kahler begint één bepaald type plasmacel ongecontroleerd te groeien. Alle nakomelingen van deze plasmacel zijn identieke klonen van elkaar en produceren hetzelfde immunoglobuline, het zogeheten monoklonaal [M] proteïne of paraproteïne. Het myeloom van een patiënt wordt vaak aangeduid door de zware keten en lichte keten geproduceerd door de woekerende plasmacellen (bv. IgGκ of IgAλ). Deze paraproteïnes kunnen bij zeer hoge waarden het bloed stroperig maken waardoor de circulatie in de kleine bloedvaatjes moeilijker verloopt.

Daarnaast leidt een éénzijdige overmatige productie van een paraproteïne tot verminderde aanmaak van de overige immunoglobulinen waardoor de weerstand tegen ziekteverwekkers kan afnemen. Bij ongeveer 15 tot 20% van de patiënten met myeloom produceren de kwaadaardige plasmacellen onvolledige immunoglobulinen, die enkel het gedeelte met lichte keten van het immunoglobuline bevatten. Bij deze patiënten spreekt men van "lichte keten ziekte" (κ of λ). Bij deze patiënten wordt vooral M-proteïne gevonden in de urine (het zogeheten Bence Jones-proteïne), in plaats van in het bloed. Daardoor kan er bij deze patiënten sneller nierbeschadiging optreden. In heel zeldzame gevallen maken de myeloomcellen geen paraproteïne aan en spreekt men van een "niet-secreterend myeloom".

Ontstaan van myeloomcellen

Figuur 1: Bij multipel myeloom wordt een B-cel beschadigd waardoor er te veel plasmacellen (myeloomcellen) ontstaan. Deze maligne cellen produceren een overvloed aan monoklonale immunoglobulinen die het lichaam niet nodig heeft.

Om te kunnen overleven en groeien in het beenmerg zijn de myeloomcellen afhankelijk van hun omgeving, het zogeheten micromilieu of beenmergstroma. Chemische boodschappers of cytokines, worden zowel door myeloomcellen als door het beenmergstroma aangemaakt. Sommige cytokines, zoals interleukine 6 (IL-6) stimuleren de groei en de overleving van de myeloomcellen. Myeloomcellen en het stroma produceren ook chemische stoffen die de aanmaak van nieuwe bloedvaten bevorderen (neo-angiogenese). Deze nieuwe bloedvaten voorzien de myeloomcellen van zuurstof en voeding om verder te kunnen groeien. Meestal kan het gezonde afweersysteem of immuunsysteem abnormale cellen opsporen en deze vernietigen voor ze schade kunnen aanrichten.

Maar soms slaagt het immuunsysteem er niet in kwaadaardige cellen zoals myeloomcellen op te sporen waardoor ze ongecontroleerd kunnen groeien. Myeloomcellen kunnen bovendien ook het gezonde afweersysteem verzwakken waardoor de reactie tegen kwaadaardige cellen vermindert of verdwijnt. Terwijl myeloomcellen in het beenmerg groeien produceren ze ook stoffen die de botontkalking en botafbraak bevorderen. Daardoor kunnen de beenderen verzwakken en kunnen er zelfs breuken optreden. Door beter de erg complexe mechanismen te begrijpen hoe myeloomcellen groeien en overleven, hoopt men in de toekomst nieuwe behandelingen te ontwikkelen die specifiek op deze mechanismen kunnen ingrijpen.

Groei van de myeloomcellen

Figuur 2: Stromale cellen in het beenmerg en myeloomcellen produceren chemische boodschappers: cytokines, die myeloomcellen helpen om te groeien en te overleven. Myeloomcellen kunnen ook groeifactoren produceren die de vorming van nieuwe bloedvaten stimuleren via een proces dat angiogenese wordt genoemd. Nieuwe bloedvaten bieden voeding en zuurstof aan de tumor, waardoor deze kan groeien. De natuurlijke afweerrespons die myeloomcellen aanvalt, wordt onderdrukt.