HomeMedisch WoordenboekLinksSitemapContact

3.5.1 Bloed- en urinetests

3.5.1.1 Algemene bloedtelling

Een algemene bloedtelling meet het aantal rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes en de relatieve verhoudingen. Zoals hoger vermeld leidt een tekort aan rode bloedcellen tot bloedarmoede of anemie, een tekort aan witte bloedcellen (en dan vooral een tekort in de zogeheten neutrofielen) tot een verhoogd infectierisico, en een tekort aan bloedplaatjes tot een verhoogde bloedingsneiging.

3.5.1.2 Elektroferese

Via elektroforese worden de verschillende eiwitspiegels, zoals het M-proteïne of paraproteïne in het bloed (serumelektroforese) en/of in de urine (urine-elektroforese) gemeten. Een bijkomende test, de immunofixatieelektroforese of immuno-elektroforese, kan ook worden uitgevoerd om meer specifieke informatie over het type van de aanwezige abnormale immunoglobulinen te krijgen. De veranderingen en verhoudingen van de verschillende proteïnen beoordelen, meer bepaald het M-proteïne, is nuttig voor de diagnose, maar ook om de evolutie van het myeloom en zijn reactie op de behandeling te volgen. Multipel myeloom wordt gekenmerkt door een aanzienlijke verhoging van het M-proteïnegehalte, wat eruit ziet als een ‘piek’ (figuur 1). Elektroforetisch wordt er een M piek gezien bij 80% en bij immunofixatie bij 90% van de patiënten. Dit is Ig G in 50% en Ig A of lichte keten in elk 20%. 75% van de patiënten vertonen ook uitscheiding van lichte ketens in de urine.

M-Proteïnegehalte

Figuur 1