HomeMedisch WoordenboekLinksSitemapContact

3.5.2 Beenmergaspiraat en beenmergbiopt

Aangezien de ziekte vrijwel steeds in het beenmerg ontstaat is een onderzoek hiervan uitermate belangrijk voor het stellen van de diagnose, en ook voor het beoordelen van de werking van de therapie. Voor aspiratie is een staal vloeibaar beenmerg nodig, en voor een biopsie is een staal vast botweefsel nodig. Voor beide tests worden stalen genomen uit het heupbeen (cristapunctie met biopt). Het borstbeen (sternaalpunctie) kan enkel worden gebruikt voor aspiratie. Bij een myeloom worden meestal meer dan 10% monoklonale of zieke plasmacellen gevonden. Daar de ziekte vaak in haarden groeit kunnen meerdere puncties noodzakelijk zijn om het toegenomen plasmacelpercentage te bewijzen. Beenmerg-onderzoek is ook nodig om de chromosomen of het genetisch materiaal van de plasmacellen te kunnen onderzoeken. Hieruit kan men belangrijke informatie halen in verband met de prognose.