
1.3.1 Persoonlijke contacten organiseren 1.3.2 Samenkomsten organiseren 3.3.2 Ontwikkeling myeloomcellen 3.4.6 Verhoogde infectieneiging 3.4.7 Hyperviscositeit van het bloed
3.5.4 Beeldvormings- 3.6.5 Symptomatische MM, secrerend 3.8.3 Ondersteunende therapieën 3.8.4 Nieuwere behandelings- mogelijkheden 4.2 Therapieën i.v.m. gevoelscomfort ![]() | 3.6.6 Niet-secreterend myeloom Slechts 3% van de MM hebben geen M-piek in serum of urine. Deze patienten hebben wel >10% monoklonale plasmacellen in het beenmerg en vertonen tevens MM gerelateerde symptomen. Met de mogelijkheid tot opsporing van lichte ketens in het serum verkleint deze subgroep. Deze patiënten vertonen minder nierfunctiestoornissen doch zijn anders vergelijkbaar met het klassieke symptomatisch MM. |