HomeMedisch WoordenboekLinksSitemapContact

3.8.3 Ondersteunende therapie

Ondersteunende therapie is een belangrijk luik van myeloom behandeling en bestaat uit behandelingen die de symptomen en complicaties van de ziekte aanpakken.

Bevat ondermeer: transfusies, bisfosfonaten (Aredia®, Zometa®, Bonefos®), groeifactoren (erytropoeïtine : Eprex®, Neorecormon®, Aranesp®, en G-CSF : Neupogen®, Neulasta®, Granocyte®), antibiotica, intraveneuze vochttoediening, diuretica (bv. Lasix®), en intraveneuze immunoglobulinen (Gammagard®, Multigam®, Sandoglobuline®, Octagam®). Bisfosfonaten zijn medicaties die de botaantasting door het myeloom verhinderen, pijnstillend inwerken en sommige hebben een antitumoraal effect. Zometa® mag over 15 minuten worden toegediend en is krachtiger dan Aredia®, dat over minstens 2 uur moet worden toegediend.

Een zeldzame keer zijn orthopedische ingrepen vereist om de pijn te reduceren of een zekere mobiliteit te behouden. Dit laatste kan bijvoorbeeld nodig zijn bij breuk van een wervel; in deze context spreekt men ook van vertebroplastie of kyfoplastie. Vertebroplastie bestaat uit de inspuiting van een op cement lijkende stof in de wervel. Kyfoplastie omhelst het inbrengen van een opblaasbare ballon, die de oorspronkelijke hoogte van een ingezakte wervel herstelt, gevolgd door injectie van cement.