
|
5.7 Prognose
‘Hoe lang zal ik leven?’ , dit is de eerste vraag die een patiënt zich stelt wanneer hij de diagnose te horen krijgt. De vooruitzichten variëren sterk. Patiënten die geen symptomen vertonen, kunnen een overleving van tientallen jaren hebben. Oudere studies spreken over een mediane overleving van ongeveer 5 tot 7 jaar vanaf de diagnose. De overlevingstijd echter neemt gestadig toe door de betere behandelingsmethoden, en heel wat patiënten leven dan ook langer dan de statistieken aangeven. De meest recente methode om de overlevingskansen van de patiënt te voorspellen werd ontwikkeld door de Franse arts Pierre Morel en is nu internationaal aanvaard als een prognostisch model voor pas gediagnosticeerde patiënten. Deze studie, het International Prognostic Scoring System for Waldenström’s Macroglobulinemia (IPSSWM), houdt geen rekening met patiënten die geen symptomen vertonen en nog geen behandeling kregen. Volgens dit model zijn er een zestal factoren die een minder gunstige invloed hebben op de overlevingsduur van de patiënt: leeftijd (> 65 j.), hemoglobine (minder of gelijk aan 11,5), verlaagd aantal bloedplaatjes, verhoogd B2-microglobuline, sterk verhoogde IgM concentratie en hoge LDH. Gebaseerd op deze factoren worden de patiënten ondergebracht in drie risicogroepen: Aanvullende studies hebben uitgewezen dat de ziektegebonden overlevingsduur rond de 11,6 jaar ligt, dat slechts 53% van de patiënten overleed aan de gevolgen van WM en dat de globale overleving niet noodzakelijk bepaald wordt door WM omdat de meeste patiënten ouder zijn en veelal overlijden aan hartziekten, een andere soort kanker, enz.
|